Snel naar:

 

Aan deze pagina zijn de volgende thema's toegekend: Technologie & innovatie , Organisatie van de zorg

ICT in de verpleegkundige zorg: “Houd moed en accepteer dat innoveren met vallen en opstaan gaat”


Interview met Erwin Prins, projectleider GG Internet, en Gerard de Roos, voorzitter van de stuurgroep, bij GGNet Kenniscentrum.


Het GGNet Kenniscentrum Psychiatrische Zorgverlening is een van de deelnemers aan het STG/HMF project ‘ICT Zorg’. GGNet biedt als aanvulling op haar standaard aanbod voor de behandeling van psychische stoornissen, hulpverlening via internet. Erwin Prins is projectleider van het online aanbod. Hij is er net als Gerard de Roos, voorzitter van de stuurgroep GG Internet, van overtuigd dat deze vorm van hulp meer mensen bereikt, de kwaliteit vergroot en bovendien kosten bespaart.


Het online aanbod van GGNet bestaat uit verschillende producten. Prins legt uit: “er zijn laagdrempelige preventieve cursussen voor mensen met depressieve klachten, ondersteunende diensten zoals e-mailen of chatten met deskundigen en intensieve behandeltherapieën voor onder meer mensen met een eetstoornis. De hulp kan volledig lopen via internet, maar dit kan ook een opstap zijn naar het reguliere aanbod of ingezet worden als onderdeel van een behandeling of als nazorg.” De Roos vult aan: “binnen GGNet geldt het motto ‘veerkracht in mensen’. We willen energie bij mensen zelf aanboren. We merken dat mensen steeds meer op zoek gaan naar informatie op internet, daar sluiten we met ons aanbod bij aan.”

 

Nek uit durven steken

Foto Erwin PrinsErwin Prins is van origine verpleegkundige en maakte de overstap naar preventie. Vanuit die positie raakte hij steeds meer geïnteresseerd in eHealth en nu is hij projectleider van het online aanbod van GGNet. We vragen hem of het ook gelukt was zijn ideeën op de kaart te zetten als hij nog verpleegkundige was geweest. “Dat was lastiger geweest, maar zeker niet onmogelijk. Je moet je nek uit durven steken. Je moet mensen op sleutelposities laten aanhaken bij jouw idee zonder bang te zijn dat het uit je handen glipt. Mijn advies: opereer strategisch en tactisch en geloof in je persoonlijk leiderschap. Houd moed en accepteer dat het met vallen en opstaan gaat.”

Maar liefst drie opleidingen over projectmatig werken

Ook scholing heeft Prins geholpen. “Ik heb maar liefst drie opleidingen gedaan over projectmatig werken. Verder heb ik veel gesproken met sleutelfiguren in de organisatie. Hierdoor kon ik goed sturen in de mensen die ik erbij wilde betrekken. Het is een goede mix geworden van mensen uit de preventiehoek, mensen met veel kennis van internet, een psychotherapeut, een teammanager, een directeur en iemand van communicatie. Ik heb Gerard de Roos gevraagd de kar te trekken. Met hem heb ik snel een alliantie gesloten en samen hebben we de lijnen uitgezet.” Tot slot adviseert Prins om vooral enthousiast te zijn. “Dat is de helft van het werk.”

 

Non-verbale ruis blijft achterwege

Foto Gerard de Roos

Intern hadden Prins en De Roos het project snel op de kaart. “Het is een centraal project waar men van Raad van Bestuur tot werkvloer bij betrokken is. Dat is heel belangrijk en past bij ons motto”, legt De Roos uit. De implementatie – mensen daadwerkelijk doorverwijzen naar internet – bleek lastiger. “Hulpverleners vinden het soms vreemd om geen face to face contact te hebben met hun patiënt. Ze zijn bang om dingen te missen en

denken dat ze niet alles zien. Maar ook de patiënt stapt niet vaak over op internet als hij eenmaal in contact is met de hulpverlener. Jammer”, vindt de Roos, “want uit onderzoek blijkt dat het contact via internet net zo goed scoort als persoonlijk contact. Via internet kun je juist heel goed doorvragen op de inhoud. Alle non-verbale ruis blijft achterwege. Dat maakt dat je snel tot de kern kunt komen.”

 

Online hulp kan een opstap zijn naar reguliere zorg

Prins merkt dat het online aanbod voorziet in een behoefte. “Om feeling te houden met de praktijk, doe ik samen met iemand van hulpverlening mee met de cursus ‘Grip op je dip’ en help ik met e-mailbeantwoording en –service. Daar ervaar ik dat mensen graag laagdrempelig en veelal anoniem informatie zoeken, vooral bij schaamtevolle zaken. En dat kan via chat, e-mail of interapy (opdrachten via een site). Voor deze mensen kan online hulp een opstap zijn naar reguliere zorg. Zo bereiken we mensen die anders buiten de zorg blijven.”

 

Kritisch durven zijn

De Roos vult aan: “op termijn kunnen we ook kosten besparen met online zorg. Zeker met de vergrijzing op komst, moet je dingen via internet gaan doen die je nu face to face doet. Maar online aanbod is niet zaligmakend. Het komt daarom ook niet in plaats van regulier aanbod, maar ernaast. Ik roep andere instellingen op om aan te haken bij bestaand aanbod. Vind niet zelf het wiel uit. Je moet kritisch durven zijn en alleen investeren als iets echt bijdraagt aan het bereiken van je doelen. Mogelijk moet je ook dingen tijdelijk parkeren om ze later weer tevoorschijn te halen.” De Roos illustreert dit met een voorbeeld uit eigen praktijk: de online zelfhulpcursus ‘Kleur je leven’ voor mensen met lichte depressieve klachten. “Het is bewezen effectief, maar er is geen financiering voor. We hebben daarom besloten om de cursus stop te zetten. We zullen nog meer moeten overtuigen dat online hulp werkt en uiteindelijke kosten bespaart. En dat is lastig bij dit type anonieme concepten.”

Meer informatie