Trendbericht van de HMF-kopgroep Trends
2009/3
Het Trendbericht is een initiatief van STG/Health Management Forum. Wij sturen dit gratis toe aan alle contactpersonen van het HMF-netwerk. Zo blijft u alert op nieuwe, belangrijke ontwikkelingen die van betekenis zijn voor de gezondheidszorg van (over)morgen.
In dit Trendbericht zet de HMF-kopgroep Trends de volgende onderwerpen op de agenda:
- De groei van de collectieve ziektekostenverzekeringen
- Interview met Jan Lely, voorzitter van de Stichting Collectieve Ziektekostenverzekeringen (Sticol) bij de ministeries van VWS, Justitie en Buitenlandse Zaken.
De HMF-kopgroep Trends wenst u weer veel leesplezier.
Trend: COLLECTIEVE ZORGVERZEKERINGEN
Trend: Groei collectiviteiten nog geen stimulans kwaliteit zorgverzekeraars
In 2005 vond de parlementaire behandeling van de Zorgverzekeringswet (ZVW) plaats. Verschillende politieke partijen vreesden dat de verzekeraars een te grote macht zouden worden en dat patiënten overgeleverd zouden zijn aan de grillen van de verzekeraars.
Tegelijkertijd werd gedacht dat de invloed van collectiviteiten de markt in balans zou houden. De prikkel dat patiënten en consumenten kunnen ‘stemmen met de voeten’ (veranderen van verzekeraar) krijgt meer impact als de groep die vertrekt omvangrijker is. Collectiviteiten waren daarmee een belofte voor grotere invloed op het zorginkoopbeleid en de premiestelling van de zorgverzekeraars. De gedachte was dat intensievere concurrentie tussen de verzekeraars verbetering van de kwaliteit en service oplevert en dat prijsprikkels leiden tot meer doelmatigheid en kostenbeheersing, of misschien zelfs ook wel kostenbesparing (Eerste Kamer, 2005).
Voorafgaand aan de stelselherziening waren de verwachtingen hoog gespannen ten aanzien van de sturing door de collectiviteiten. In dit trendbericht wordt bekeken wat daarvan terecht is gekomen. En we stellen trendsetter Jan Lely, voorzitter van Sticol, de stichting die collectieve ziektekostenverzekeringen afsluit voor de ambtenaren van de ministeries van VWS, Justitie en Buitenlandse Zaken, de vraag welke betekenis hun collectiviteit voor de toekomst heeft.
Steeds meer mensen collectief verzekerd
Sinds de invoering van de nieuwe zorgverzekeringswet zijn steeds meer mensen collectief verzekerd. Tegenwoordig is ruim 60% van de mensen met een ziektekostenpolis verzekerd via een collectief contract. Gezien de hoge premiekortingen die worden gegeven voor zowel de basis- als de aanvullende verzekering, zal het percentage collectief verzekerden de komende jaren waarschijnlijk nog verder toenemen (iBMG, 2008). Collectiviteiten kunnen kortingen en andere voordelen bedingen waardoor zij hun leden een aantrekkelijk aanbod kunnen doen. Via een collectief contract bieden zorgverzekeraars maximaal 10% korting op de premie van de basisverzekering. Een verzekerde kan gemakkelijk van collectief contract switchen, en behoudt altijd de basis- en aanvullende verzekering. Alleen de korting komt bij overstap te vervallen (Van den Bovenkamp, n.d.).
Is er door de groei in collectiviteiten meer invloed voor patiëntengroepen en andere collectiviteiten ontstaan?
Drie groepen collectiviteiten
Iedereen mag een collectieve zorgverzekering afsluiten. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) maakt in zijn jaarlijkse monitor over de zorgverzekeringsmarkt onderscheid in drie groepen collectiviteiten: werkgeverscollectiviteiten, patiëntencollectiviteiten en pseudocollectiviteiten (prijsvechters, ouderen- en vakbonden en sociale minima). De collectiviteiten kunnen hun invloed op verschillende manieren aanwenden. In het interview vertelt voorzitter Jan Lely over de werkwijze van Sticol.
Collectiviteit om invloed uit te oefenen op zorgverzekeraars
Werkgeverscollectiviteiten
Ongeveer tweederde van de collectiviteiten is een werkgeverscollectiviteit. Vrijwel alle bedrijven met meer dan 100 werknemers hebben een collectief contract met een zorgverzekeraar. En een ruime meerderheid van de bedrijven met 24-100 medewerkers heeft er ook een. De collectieve zorgverzekering ligt in de sfeer van employee benefits (lagere zorgpremie voor werknemers). Werkgevers beschouwen de basisverzekering als een gegeven, en zien vaak af van gesleutel aan leefstijlgerichte programma’s in aanvullende pakketten. Zij kiezen er steeds vaker voor om hun gezondheidsbeleid te integreren met de arbo-, inkomens- en verzuimcontracten. Maatwerk (zorgbemiddeling en dergelijke) wordt geregeld via aanvullende werk- en zorgafspraken buiten de collectieve zorgverzekering om (NZa 2008).
Patiëntencollectiviteiten
Naast de werkgeverscollectiviteiten zijn er ook patiëntencollectiviteiten. Zij zijn nog geen sterke speler als het gaat om het realiseren van maatwerk in de zorg. Het zijn vooral categorale (ziektespecifieke) groepen die een collectief hebben opgericht en niet de regionale patiëntenorganisaties. Wanneer de grotere patiëntencollectieven gelijktijdig bij meerdere zorgverzekeraars shoppen, zijn zij commercieel minder interessant voor verzekeraars. De potentiële invloed op maatwerk en zorginnovatie wordt dan ook niet via deze weg gerealiseerd. De ogen zijn nu hoopvol gericht op directe betrokkenheid van patiëntenorganisaties bij de zorginkoop door verzekeraars.
Vooralsnog is er een groot verschil in het verwachtingspatroon tussen de patiëntencollectiviteiten en zorgverzekeraars. In deze situatie beperken de beide partijen zich tot onderhandelingen over premiekortingen. Er wordt niet meer gepraat over kwaliteit of service (NZa, 2008).
Pseudocollectiviteiten
De derde groep zijn de pseudocollectiviteiten. Dit zijn vakbonden, ouderenbonden en de collectiviteiten vanuit gemeentes voor de sociale minima. De gemeenten nemen eisen ten aanzien van kwaliteit van de zorg op in hun bestek, zodat de zorgverzekeraar ook werkelijk de kwaliteit van zorg borgt. Hiermee prikkelen ze “de zorginkoopactiviteiten van zorgverzekeraars” (NZa, 2008).
De tijd van kortingen gaat voorbij
Volgens de NZa staan de kortingen voor collectiviteiten onder druk. Er vindt een marktcorrectie plaats: het automatisme van hoge kortingen verdwijnt onder druk van het uitblijven van efficiencywinst en door de stijging van de zorgkosten (NZa, 2008). Veel verzekeraars bieden alle collectiviteiten dezelfde extra vergoedingen of services (iBMG, 2008). Er vindt een transformatie plaats van een prijzenmarkt naar een markt waarin het draait om een goede combinatie van prijs, dekking, communicatiekanaal en zorginkoop (BS Health Consultancy, 2008). Nieuwe sturingskansen dus voor collectiviteiten. Een ontwikkeling die de voorzitter van het werkgeverscollectief van Justitie, VWS en BuZa ook ziet. In het onderstaande interview vertelt hij hierover. Opvallend is wel dat verzekerden de prijs het meest belangrijk vinden, terwijl de politiek bij de invoering van het nieuwe systeem vooral kwaliteitsverbetering wilde bewerkstelligen.
Verder valt op dat de werkgevers- en patiëntencollectiviteiten maatwerk liever langs andere wegen regelen. Moeten de gemeenten met hun sociale minima alleen gaan stemmen met de voeten?
Collectiviteiten en regionale dominantie
Een verzekeraar die in een bepaalde regio dominant is kan deze dominantie gebruiken als vertrekpunt voor een sterkere/selectievere zorginkoop op kwaliteit. Ook regionale collectiviteiten die beperkt zijn in omvang, kunnen door te stemmen met de voeten de regionale dominantie van een verzekeraar verzwakken of vergroten. Met name bestaande en nieuwe collectiviteiten van regionale grotere werkgevers, lokale overheden en regionale patiëntenorganisaties kunnen deze positie beter benutten.
Maar het omgekeerde is waarschijnlijker: verzekeraars zullen zich de komende jaren sterker gaan richten op specifieke doelgroepen of collectiviteiten in de regio waar zij dominantie hebben bereikt of willen verkrijgen.
Sticol heeft verzekerden in heel Nederland en ook in het buitenland; regionale dominantie is voor deze collectiviteit dus minder een sturingsmogelijkheid. Maatwerk en service zijn dat wel, vertelt voorzitter Jan Lely.
Trendsetter Jan Lely, Sticol
‘Altijd op zoek naar de verzekeraar met een goed pakket, voor een goede prijs en met een hoge service.’
Profiel
Sticol is een stichting voor collectieve verzekeringen voor ambtenaren bij Justitie, VWS en Buitenlandse Zaken. Sticol bestaat ongeveer 50 jaar en heeft bij VGZ ongeveer 20.000 zorgpolissen afgesloten voor 43.000 verzekerden. Verzekerden die niet alleen in Nederland werken, maar over de hele wereld. Hiermee is Sticol de grootste organisatie voor collectieve verzekeringen bij de overheid. Bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel was een grote toename te zien in het aantal leden van de stichting. “Dat betekent dat we een pakket aanbieden dat aansluit bij de vraag en tegen een gunstige prijs”, stelt de voorzitter van de stichting, Jan Lely.
Welk voordeel is er voor ambtenaren die hun zorgverzekering afsluiten via Sticol?
“Sticol verkent regelmatig de markt om met de beste aanbieder van dat moment een contract af te sluiten. Bij het afsluiten van contracten worden afspraken gemaakt over het verzekeringspakket, de prijs en de service die door de verzekeraar wordt geleverd. Bij het samenstellen van het basispakket wordt maatwerk gevraagd. Gezien de opbouw van de groep verzekerden zit er in het pakket bijvoorbeeld een ruimere vergoeding voor fysiotherapie.
Verder is service iets waar Sticol zwaar op inzet. Zo maken we strikte afspraken over het betalen van de vergoedingen, de snelheid waarmee verzekerden te woord worden gestaan en via welke kanalen er wordt gecommuniceerd.”
Wat is de invloed van de collectiviteit?
“De kracht van Sticol blijkt vooral uit de gunstige contracten die worden afgesloten. Met 20.000 polissen ben je een grote klant en zijn verzekeraars bereid meer te bieden dan bij een individuele klant. Service is bijvoorbeeld een van die aspecten. Bij de onderhandeling wordt dan ook sterk ingezet op de service die wordt geboden. Hier zit met name voordeel voor ambtenaren die in het buitenland werken. Bij discussies over het al dan niet vergoeden van behandelingen is Sticol, vanwege de grote achterban, vaak succesvol in de bemiddeling.”
Welke eisen stelt VWS, als werkgever, aan de collectiviteit?
“De stichting is onafhankelijk en verantwoordelijk voor de ziektekostenverzekering van de aangesloten ambtenaren. VWS stelt als werkgever geen extra eisen aan de verzekeringen. Preventiebeleid wordt bijvoorbeeld niet via de stichting geregeld bij de verzekeraars. De aangesloten ministeries regelen dit voor hun medewerkers via het gezondheids- en verzuimbeleid van hun organisaties. Wel is er vanuit de collectiviteit aandacht voor de ketenbenadering. Waar mogelijk stimuleert Sticol een integrale aanpak. Bijvoorbeeld door bijeenkomsten te organiseren over de voordelen van ketenbenadering; uit de praktijk blijkt namelijk dat dit voor alle partijen, zowel werkgever als werknemer loont.”
Is Sticol betrokken bij de inkoop van zorg?
“Wij hebben geen invloed op het inkopen van zorg. Dat is ook iets wat in het huidige systeem nauwelijks mogelijk is, omdat het een hybride systeem is met deels marktwerking en deels overheidsbemoeienis. Vanwege die hybriditeit kijkt Brussel kritisch mee en kom je al snel terecht in discussies over mededinging. Wel vinden wij het belangrijk dat onze verzekerden overal terecht kunnen; daar letten wij specifiek op bij het afsluiten van contracten. Onze verzekeraar moet met de belangrijkste landelijke zorgaanbieders contracten hebben. Een knieoperatie die alleen in Groningen kan worden gedaan, is voor ons niet acceptabel. Onze verzekerden werken niet alleen in Den Haag; daarom zetten wij in op landelijke en internationale dekking. Regionale concentratie is iets dat wij als stichting niet nastreven.”
Hoe ziet u de toekomst?
“Aan de ene kant zijn we groter dan ooit, aan de andere kant zie je dat de korting die we kunnen bieden steeds betrekkelijker wordt. Voor verzekerden blijkt vooral de prijs van het pakket van belang; dat werpt de vraag op of collectiviteiten in de toekomst voldoende toegevoegde waarde hebben.”
“Verder ben ik er van overtuigd dat de verzekeringswereld er door de ontwikkelingen in de ICT over een jaar of 10 heel anders uitziet. De grote kantoren van verzekeraars zullen verdwijnen. De meeste zaken zullen worden afgehandeld via internet en ICT-systemen. Er blijven kantoren met een kleine personele bezetting over voor de persoonlijke contacten tussen verzekerden en verzekeraar.”
Bronnenlijst
- BS Health Consultancy (2008, maart). Stilte na de Storm. Onderzoek naar de dynamiek in de zorgverzekeringsmarkt. http://www.bshealth.nl/demo/articles/images/File/stilte_na_de_storm.pdf.
- Eerste Kamer (2005, 7 juni). 27ste Vergadering. http://parlando.sdu.nl/cgi/login/anonymous.
- Instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) (2008, mei). Evaluatie aanvullende en collectieve verzekeringen 2008. http://www.npcf.nl/uploads/files////ibmg-evaluatie_av_en_cv_mei_2008.pdf.
- Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) (2008, juni). Monitor: Zorgverzekeringsmarkt 2008. Ontwikkelingen beoordeeld door de NZa. http://www.nza.nl/7113/10083/monitor_zorgverzekeringsmar1.pdf.
- Van den Bovenkamp Verzekeringen (n.d.). Basisverzekering Collectiviteit. http://www.vandenbovenkamp.nl/basisverzekering_collectiviteit.htm.
- M.J. van Westerlaak, De zorgverzekeringswet toegepast (2006)