NAAR EEN EU RICHTLIJN VOOR PATIËNTENRECHTEN BIJ GRENSOVERSCHRIJDENDE ZORG

 

Tijdschrift Health Management Forum nr. 1/2009

 

Tekst: JOS G.H.DRAIJER, Ambassaderaad Hoofd afdeling VWS en Jeugd & Gezin Permanente Vertegenwoordiging Nederland bij de EU, Brussel


Een voorgestelde richtlijn van de Europese Commissie zou duidelijkheid moeten scheppen over de rechten van patiënten bij het verkrijgen van gezondheidszorg elders in de Europese Unie. Een goed initiatief, maar aan de inhoud moet nog worden gesleuteld, vinden twee Nederlanders in Brussel. Jos Draijer, diplomaat bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU, wil met goed onderhandelen de richtlijn naar de Nederlandse positie ombuigen. Europarlementariër Sophie in 't Veld benoemt vooral het gemeenschappelijk belang van Europese burgers.

Begin juli 2008 heeft de Europese Commissie (EC) een ontwerprichtlijn voor de toepassing van patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg gepresenteerd aan de Europese Raad - de 27 lidstaten van de Europese Unie en het Europees Parlement. Deze richtlijn, die juridisch bindend is voor EU lidstaten, beoogt duidelijkheid te scheppen over de rechten van de patiënt bij het verkrijgen - en met name vergoed krijgen - van gezondheidszorg 'over de grens'. Het gaat hier om gevallen waarbij de patiënt er bewust voor kiest een medische, planbare behandeling in het buitenland te ondergaan.

Deze ontwerprichtlijn van de EC is gebouwd op drie pijlers: (a) alle patiënten veilige en kwalitatief hoogwaardige gezondheidszorg in heel de EU te garanderen, wat thans nog niet het geval is; (b) duidelijkheid en zekerheid scheppen over de patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, bijvoorbeeld vergoeding van kosten, wel of geen toestemming vooraf nodig, aansprakelijkheid; en (c) de samenwerking tussen de gezondheidszorgstelsels in de EU verbeteren. Dit alles opdat ongerechtvaardigde belemmeringen voor mobiliteit van patiënten in de EU worden opgeheven. De ontwerprichtlijn is immers gebaseerd op bestaande EU regelgeving ten aanzien van vrij verkeer van personen, goederen en diensten in de Europese interne markt (artikel 95, EG-Verdrag). De ontwerprichtlijn beoogt primair jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de rechten van de patiënt bij grensoverschrijdende zorg te codificeren. Dat wil zeggen dat EU lidstaten verplicht zijn op nationaal niveau wettelijke belemmeringen die patiëntenmobiliteit verhinderen of bemoeilijken, op te heffen. De ontwerprichtlijn is ook het antwoord van de EC op het verzoek van EU ministers van Gezondheid die om een rech tskader gevraagd hebben (juni 2006) zodat niet langer het Hof, maar de regeringen van de lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen met betrekking tot patië ntenrechten bij grensoverschrijdende zorg. Nederland is evenwe l van mening dat door de opname van 'wereld dekking' in de nieuwe Zorgverzekeringswet, zij al voldaan heeft aan de noodzaak de bedoelde Hofuitspraken te codificeren.

Kritiek en compromis

De lidstaten hebben nu in de EU Raadswerkgroep Gezondheid een aantal keren over deze ontwerprichtlijn gedebatteerd, niet zozeer met elkaar, maar veel meer met de indiener van het voorstel, de EC. Dat was ook nodig omdat er zeer stevige kritiek van de lidstaten op het Commissievoorstel is. Nederland, evenals een flink aantal andere lidstaten, heeft zich ten aanzien van bepaalde onderdelen zeer kritisch opgesteld. Dat heeft ertoe geleid dat in november het Franse EU voorzitterschap een compromisvoorstel heeft geschreven dat op veel punten tegemoet komt aan de kritiek van de lidstaten. De kritiek van Nederland op het voorstel van de EC heeft in essentie betrekking op de reikwijdte van de richtlijn, de onduidelijkheid en onzekerheid vanwege twee naast elkaar bestaande vergoedingssystemen, patiëntenmobiliteit in relatie tot toegankelijkheid van zorg voor allen, en de op het niveau van de EU voorgestelde eisen van kwaliteit en veiligheid voor de gezondheidszorg. Ten aanzien van de reikwijdte van de richtlijn pleit Nederland ervoor de omschrijving ervan zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij de zorg waarop een patiënt recht heeft in eigen land. Langdurige zorg dient daarbij uitgesloten te worden. Wat betreft de samenhang van deze richtlijn met de bestaande EU verordening coördinatie sociale zekerheid (VO 88312004), die alle niet planbare zorg 'over de grens' regelt, moet het uitgangspunt zijn dat burgers weten én begrijpen hoe en waar hun rechten te vinden zijn. Het kan niet zo zijn dat burgers minder goed af zijn door toepassing van de verordening, waar de richtlijn hen meer rechten biedt. Verder is Nederland van mening dat individuele patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg in de EU niet ten koste mogen gaan van de efficiënte zorgverlening aan al onze thErna burgers. Met andere woorden, burgers moeten niet meer rechten hebben indien zij gezondheidszorg in het buitenland gebruiken dan wanneer ze dezelfde zorg in eigen land zouden gebruiken. Over informatievoorziening in EU verband met betrekking
tot veiligheid en kwaliteit van gezondheidszorg, heeft Nederland het standpunt ingenomen dat het niet noodzakelijk is hier een gemeenschappelijk kader voor te hanteren. Goede, betrouwbare informatie over veiligheid en kwaliteit van gezondheidszorg dient primair op het niveau van de lidstaat verzorgd te worden, opdat burgers geïnformeerde en juiste keuzes kunnen maken. Op basis van de commentaren van Nederland en de overige EU lidstaten heeft het Franse EU voorzitterschap een voortgangsverslag over de besprekingen aan de EU ministers van gezondheid voorgelegd. De ministers beschouwen dat verslag, en de achterliggende compromistekst van het voorzitterschap als een goede basis voor verdere besprekingen in de komende maanden onder Tsjechisch EU voorzitterschap. In juni 2009 weten we meer, wanneer ook het Europees Parlement zijn standpunt heeft bepaald.

 

Bekijk het originele artikel hier.